**1..** De marktgelden, als bedoeld in artikel 4, die geheven worden van vaste standplaatshouders is verschuldigd bij de begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
**2..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting als bedoeld in artikel 4, dat geheven wordt van vaste standplaatshouders, verschuldigd voor zoveel kwartalen van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar na de aanvang van de belastingplicht zijn, waarbij een gedeelte van een kwartaal als geheel kwartaal wordt berekend.
**3..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel de frontbreedte van de marktkraam kleiner wordt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de belasting bedoeld in artikel 4, dat geheven wordt van vaste standplaatshouders, voor zoveel kwartalen van de voor dat belastingjaar verschuldigde belasting als er in dat belastingjaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kwartalen overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder dan € 5,00 bedraagt.
**4..** Indien de belastingplicht is beëindigd na de dagtekening van het aanslagbiljet, kan de belastingplichtige een aanvraag tot ontheffing indienen bij de ambtenaar belast met de heffing.
**5..** De marktgelden, als bedoeld in artikel 4, die geheven worden van losse standplaatshouders, is verschuldigd op het tijdstip dat de standplaats wordt ingenomen.
Artikel 8
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van marktgelden 2017