De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk twee kalendermaanden na
de op het aanslagbiljet vermelde dagtekening.
In afwijking van het eerste lid kunnen op verzoek van de
belastingplichtige de aanslagen worden betaald in zoveel gelijke
termijnen als er na de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden
in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal
termijnen ten minste twee bedraagt en maximaal 10, indien aan het
navolgende wordt voldaan:
het totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
rioolheffing of andere belastingen moet minder zijn dan €
6.500,--;
de verschuldigde bedragen moeten door middel van automatische
betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige
kunnen worden afgeschreven.
De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet
en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
voorgaande leden gestelde termijnen.
In afwijking van het eerste lid geldt in geval het totaalbedrag van
de aanslag € 50,-- of minder is en zolang de verschuldigde bedragen
door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
afgeschreven dat de aanslag moet worden betaald in twee gelijke
termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt één maand na de
dagtekening van het aanslagbiljet en de volgende termijn één maand
later.
Artikel 10
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolrechten 2017