Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Maatstaf heffing

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolrechten 2017

1.. De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat wordt afgevoerd. 2.. Het aantal kubieke meter water wordt gesteld op het aantal kubieke meter water dat in de laatste aan het begin/einde van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het eigendom is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. 3.. Indien gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet deze voorzien zijn van een: watermeter, waarvan de opgepompte hoeveelheid water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest, kan worden afgelezen. 4.. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enig ander wettelijke bepaling. 5.. De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of gepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel