**1..** De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt geheven naar
het aantal kubieke meters water dat wordt afgevoerd.
**2..** Het aantal kubieke meter water wordt gesteld op het aantal kubieke meter
water dat in de laatste aan het begin/einde van het belastingjaar
voorafgaande verbruiksperiode naar het eigendom is toegevoerd of is
opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode
van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar
tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een
kalendermaand voor een volle maand gerekend.
**3..** Indien gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet deze voorzien
zijn van een:
watermeter, waarvan de opgepompte hoeveelheid water kan worden
afgelezen, of
bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest, kan
worden afgelezen.
**4..** De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enig ander wettelijke
bepaling.
**5..** De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
gepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als
afvalwater is afgevoerd.
Artikel 5
Maatstaf heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolrechten 2017