Voor openstaande vorderingen betreffende:
onroerende-zaakbelastingen;
hondenbelasting;
rioolheffing;
afvalstoffenheffing;
toeristenbelasting;
forensenbelasting,
wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van 25%
van deze openstaande vorderingen die 2 jaar oud zijn en 75% van deze
openstaande vorderingen die ouder dan 2 jaar zijn.
Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid
gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de
openstaande vorderingen.
Hoofdstuk 3.
Artikel 10.