Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9.

Artikel 27-

Algemene verplichtingen persoonsgebonden budget

Onderdeel van Besluit nadere regels Maatschappelijke Ondersteuning Veenendaal

1.. Het persoonsgebonden budget wordt uitsluitend gebruikt voor betaling van het geïndiceerde hulpmiddel, de geïndiceerde aanpassing van een hulpmiddel, de geïndiceerde woningaanpassing danwel de geïndiceerde dienst en de daarmee samenhangende kosten. 2.. Het hulpmiddel, aanpassing van een hulpmiddel, dan wel woningaanpassing, of de dienst die de cliënt inkoopt met het persoonsgebonden budget dient adequaat, veilig, cliëntgericht en kwalitatief verantwoord te zijn. 3.. De cliënt levert vóór verstrekking van het persoonsgebonden budget, maar na bepaling van de noodzaak voor een hulpmiddel dan wel aanpassing dan wel dienst, een budgetplan aan waarin omschreven staat: a). de reden waarom een hulpmiddel, aanpassing of dienst in natura niet geschikt geacht wordt; b). het soort hulpmiddel, de aanpassing of dienst die ingekocht gaat worden; c). wie de ondersteuning gaat uitvoeren en/of waar het hulpmiddel dan wel aanpassing gekocht wordt; d). welk resultaat met het hulpmiddel, de aanpassing of de dienst moet worden behaald en op welke wijze; e). hoe de veiligheid, cliëntgerichtheid en doeltreffendheid van het hulpmiddel, de aanpassing of de dienst is gewaarborgd; f). het tarief dat betaald moet worden aan de leverancier. 4.. Een persoonsgebonden budget dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel