De belastingplichtige aan wie niet zes maanden na afloop van het belastingjaar of kalenderjaar een aangiftebiljet is uitgereikt of een aanslag is opgelegd, is gehouden binnen een maand na het verstrijken van die zes maanden bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeente ambtenaar een schriftelijk verzoek in te dienen om uitreiking van een aangiftebiljet.
Artikel 2