Voor de berekening van het binnenhavengeld:
wordt het laadvermogen van het vaartuig uitgedrukt in het aantal
tonnen, zoals dat blijkt uit een bij het vaartuig behorende geldige
meetbrief;
wordt als aantal m² aangemerkt, de hoeveelheid ingenomen
wateroppervlakte; zijnde de grootste lengte maal de grootste
breedte, zoals dat blijkt uit een bij het vaartuig behorende geldige
meetbrief;
wordt, indien het vaartuig kennelijk niet meer overeenkomstig de
oorspronkelijke bestemming wordt gebruikt of van soort is veranderd,
voor de toepassing van de tabel uitgegaan van de feitelijke
omstandigheden;
Indien de in onderdeel a en b bedoelde meetbrief niet wordt
overgelegd of indien deze de vereiste gegevens niet vermeldt wordt
het laadvermogen in tonnen dan wel de grootste breedte en/of de
lengte over alles ambtshalve vastgesteld.
Wordt de termijn steeds op de kortste van de in de tabel voor het
desbetreffende soort vaartuig genoemde termijn gesteld, tenzij voor
een langere termijn aangifte is gedaan.
Artikel 4.
Heffingsgrondslagen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van binnenhavengeld Vlissingen 2017