**1..** Vroegtijdige beëindiging van het gebruik binnen het heffingstijdvak kan
slechts leiden tot restitutie indien er sprake is van een jaaraangifte,
met dien verstande dat:
De belastingplichtige een schriftelijk verzoek tot restitutie
indient;
Indien meer dan negen maanden zijn verstreken, geen bedrag wordt
gerestitueerd.
In het geval er minder dan negen maanden van het jaar zijn
verstreken, het verschil wordt gerestitueerd tussen het
verschuldigde (gebaseerd op het kwartaaltarief van het aantal
kwartalen dat is verstreken, waarbij een aangevangen kwartaal
geldt als vol kwartaal) en het betaalde jaartarief.
**2..** Indien het vaartuig in de loop van een in de tarieventabel genoemd
heffingstijdvak van een kalenderkwartaal dan wel kalenderjaar uit de
haven vertrekt en daar in de loop van dat tijdvak terugkeert, wordt het
gebruik en genot van de haven niet geacht te zijn onderbroken.
**3..** Indien in de loop van het jaar het binnenhavengeld per keer is geheven
en er wordt overgegaan tot heffing bij abonnement, dan wordt het reeds
geheven binnenhavengeld niet teruggegeven of verrekend.
**4..** Indien een vaartuig wordt vervangen door een ander vaartuig, wordt voor
het vervangen vaartuig over de nog niet verstreken maanden van de
lopende termijn het betaalde binnenhavengeld op aanvraag van de
belastingplichtige verrekend met het verschuldigde binnenhavengeld over
die maanden voor het vervangende vaartuig, met dien verstande dat,
indien het laatstgenoemde binnenhavengeld lager is dan het betaalde,
teruggave niet plaatsvindt.
Artikel 9.
Restitutie, onderbreking of vervanging
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van binnenhavengeld Vlissingen 2017