In aanvulling op de gegevens bedoeld in artikel 28, tweede lid van de wet worden bij de melding in ieder geval vermeld:
het adres, de kadastrale aanduiding en de ligging van het grondgebied waarop de verontreiniging zich bevindt, aangegeven op de laatste versie van de door het Kadaster uitgegeven kadastrale kaart;
de naam en het adres van degene die een zakelijk of een persoonlijk recht heeft op het grondgebied, bedoeld onder a, alsmede van de gebruiker(s) daarvan;
de naam en het adres van degene in wiens opdracht de sanering zal plaatsvinden, dan wel handelingen zullen worden verricht ten gevolge waarvan de verontreiniging van de bodem wordt verminderd of verplaatst;
de naam en het adres van degene die de sanering feitelijk uitvoert, voor zover die bekend is bij het indienen van de melding.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2
Inhoud melding artikel 28 van de wet
Onderdeel van Verordening Bodembescherming Arnhem 2007