**1..** Degene die saneert en/of degene die de sanering feitelijk uitvoert volgens een saneringsplan waarmee het college op basis van artikel 39, tweede lid van de wet heeft ingestemd, meldt uiterlijk twee weken voor de feitelijke aanvang van de grondsanering respectievelijk de grondwatersanering schriftelijk bij het college de aanvangsdatum van de grondsanering respectievelijk de grondwatersanering.
**2..** Indien de grondsanering respectievelijk de grondwatersanering niet zal worden gestart op de overeenkomstig het eerste lid gemelde aanvangsdatum, meldt in ieder geval één van de in het eerste lid genoemde personen dit onverwijld schriftelijk aan het college, onder opgave van de nieuwe aanvangsdatum. Indien de nieuwe aanvangsdatum nog niet bekend is, meldt in ieder geval één van de in het eerste lid genoemde personen de nieuwe aanvangsdatum minimaal twee weken voor deze datum aan het college.
**3..** Indien bij de sanering ontgraving van verontreinigde grond plaatsvindt, stelt in ieder geval één van de in het eerste lid genoemde personen bij het bereiken van de einddiepte van de ontgraving het college uiterlijk 48 uur van tevoren op de hoogte van het tijdstip waarop over het gehele gebied van de ontgraving de einddiepte bereikt zal worden en tot aanvulling van de ontgraving wordt overgegaan. Bij ontgraving en aanvulling in gedeeltes, geldt voornoemde verplichting tot melding per gedeelte.
**4..** In ieder geval één van de in het eerste lid genoemde personen meldt de beëindiging van de grondsanering respectievelijk de grondwatersanering binnen een week na beëindiging van de grondsanering respectievelijk de grondwatersanering schriftelijk aan het college.
**5..** Indien sprake is van een sanering, respectievelijk grondwatersanering waarbij door het college is ingestemd met een aanpak overeenkomstig artikel 38, derde lid van de wet, wordt de beëindiging van iedere afzonderlijke fase op de in lid 4 beschreven wijze gemeld.