Naar hoofdinhoud

Artikel 2.8

Inhoud nazorgplan

Onderdeel van Verordening Bodembescherming Arnhem 2007

A. Algemeen o1. het adres van het grondgebied waarop de verontreiniging zich bevindt en de kadastrale gegevens vereist op grond van artikel 55 van de Wet bodembescherming, met bijbehorende kadastrale kaart, die de actuele situatie weergeeft, met daarop ingetekend de contour van de bodemverontreiniging en de contour van de uitgevoerde grondsanering, respectievelijk grondwatersanering; o2. een (actueel) uittrekstel van het kadaster waaruit de huidige eigendomssituatie blijkt van de percelen die zijn gelegen binnen het geval van verontreiniging en van de percelen die betrokken zijn bij de uitvoering van het nazorgplan; o3. het huidige en toekomstige gebruik van het grondgebied waarop de verontreiniging zich bevindt, alsmede de bestemming die op dit grondgebied rust volgens het vigerende bestemmingsplan; o4. een overzicht van bij de nazorg betrokken personen en instanties, waartoe in elk geval behoren: naam- en adresgegevens, taken en verantwoordelijkheden; o5. indien een ander dan degene die de bodem heeft gesaneerd in het nazorgplan wordt aangewezen als degene die is belast met de uitvoering van de nazorgmaatregelen: de door betrokken partijen ondertekende contractuele afspraken die gelden en waaruit blijkt dat diegene zich tot de uitvoering hiervan verbindt; o6. een globale beschrijving van de sanering en de reden voor de achtergebleven verontreiniging; o7. een beschrijving van de aard, de omvang, de mate en de ligging van de achtergebleven verontreiniging van de grond en het grondwater, waartoe in elk geval behoort: een kadastrale kaart, die de actuele situatie weergeeft, met daarop de achtergebleven verontreiniging zowel verticaal als horizontaal aangegeven; o8. indien isolerende voorzieningen zijn aangebracht: een beschrijving van de aard van deze voorzieningen, inclusief kaartmateriaal met daarop de ligging van deze voorzieningen (dwarsdoorsnede en bovenaanzicht); o9. indien de restverontreiniging wordt gemonitord: een beschrijving van het monitoringsysteem, inclusief kaartmateriaal met daarop de plaats en filterstelling van de monitoringspeilbuizen (dwarsdoorsnede en bovenaanzicht); o10. een beschrijving van het grondgebied waarop de verontreiniging zich bevindt en haar omgeving, waaronder in ieder geval: de bodemopbouw, de relevante geohydrologie, de aanwezigheid van kwetsbare objecten en activiteiten in de omgeving en een kadastrale kaart met daarop aangegeven het grondgebied dat nu en in de toekomst mogelijk door de verontreiniging wordt beïnvloed; o11. een kaart met daarop aangegeven de aanwezige kabels en leidingen in het gebied waar de achtergebleven verontreiniging zich bevindt; B.Gebruiksbeperkingen o. een beschrijving van de beperkingen in het gebruik van de bodem na afloop van de sanering en de duur van deze beperkingen met bijbehorend kaartmateriaal (bovenaanzicht);1 o2. een beschrijving van de maatregelen die zijn of zullen worden genomen in verband met de beperkingen die de verontreiniging voor het gebruik van de bodem met zich brengt; o3. een beschrijving van de wijze waarop het toezicht op de naleving van de gebruiksbeperkingen plaatsvindt en hoe dit voor de lange termijn organisatorisch, juridisch en financieel is gewaarborgd; o4. een begroting van de kosten; o5. een beschrijving van de wijze en de momenten waarop het college schriftelijk worden geïnformeerd omtrent de naleving van de gebruiksbeperkingen en eventuele maatregelen en voorzieningen die in verband met de gebruiksbeperkingen moeten worden getroffen; 1o. de doelstelling van de nazorg; 2o. een beschrijving van de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen in verband met de na afloop van de sanering aanwezige verontreiniging, welke maatregelen er voor moeten zorgen dat de verontreiniging die na de sanering is achtergebleven niet zal leiden tot een vermindering van de kwaliteit van de bodem na sanering, alsmede de verwachte levensduur van deze maatregelen en voorzieningen; 3o. indien isolerende voorzieningen zijn aangebracht: een beschrijving van de wijze waarop de aangebrachte isolerende voorzieningen worden beheerd en onderhouden, de wijze en frequentie van de controle op het functioneren van de voorzieningen en de criteria waarmee dit wordt beoordeeld, en de wijze waarop gehandeld wordt als de voorzieningen niet naar behoren functioneren; 4o. indien de restverontreiniging wordt gemonitord: een beschrijving van de wijze waarop en de frequentie waarmee de restverontreiniging wordt gemonitord, hoe de resultaten worden geïnterpreteerd, de wijze waarop de monitoringinstrumenten worden beheerd en onderhouden en hoe gehandeld wordt als de doelstelling van de niet wordt bereikt; 5o. een beschrijving van de wijze en de momenten waarop het college schriftelijk worden geïnformeerd omtrent de nazorgmaatregelen; 6o. een begroting van de kosten van de nazorg; 7o. een beschrijving van de wijze waarop de nazorg organisatorisch, technisch, juridisch en financieel op de lange termijn wordt gewaarborgd; 8o. een beschrijving van maatregelen die kunnen worden genomen indien de verontreiniging zich op ongewenste wijze verspreidt, dan wel dusdanige risico’s met zich meebrengt dat ingrijpen noodzakelijk maakt. Hiertoe worden ook calamiteiten gerekend.

Rechtspraak bij dit artikel