Degene die in een gebied, dat door de burgemeester is aangewezen, omdat naar zijn oordeel de openbare orde in dat gebied ernstig is verstoord door de aanwezigheid van verslaafden en/of handelaren in harddrugs, zich gedraagt in strijd met:
de artikelen 2:1, 2:49, of 2:78A voor zover de gedragingen in verband staan met harddrugs,
artikel 2:74 (drugshandel op straat),
artikel 2:74B (verzameling van personen in verband met harddrugs of heling),
artikel 3:16 (straatprostitutie),
de artikelen 2:48 of 2:74A (openlijk drank- en drugsgebruik),
is verplicht zich terstond uit dat gebied te verwijderen en zich daar gedurende een tijdvak van vierentwintig uur niet te bevinden, nadat de burgemeester hem een daartoe strekkend bevel heeft gegeven.
Degene die messen of andere voorwerpen, die als wapen kunnen worden gebruikt zoals verboden in de Wet wapens en munitie, openlijk voorhanden heeft, is verplicht zich terstond uit een door de burgemeester aangewezen gebied, als bedoeld in het eerste lid, te verwijderen en zich daar gedurende een tijdvak van vierentwintig uur niet te bevinden nadat de burgemeester hem een daartoe strekkend bevel heeft gegeven.
Degene die in een door de burgemeester aangewezen gebied, als bedoeld in het eerste lid in een aaneengesloten periode van ten hoogste zes maanden ten minste drie ordeverstorende gedragingen heeft begaan, is verplicht zich terstond uit dat gebied te verwijderen en zich daar gedurende een tijdvak van een maand niet te bevinden nadat de burgemeester hem een daartoe strekkend bevel heeft gegeven.
Degene die in een door de burgemeester aangewezen gebied, als bedoeld in het eerste lid overeenkomstig het derde lid een bevel van de burgemeester heeft gekregen zich te verwijderen uit dat gebied en die in een aaneengesloten periode van ten hoogste één jaar weer een ordeverstorende gedraging heeft begaan, is verplicht zich terstond uit dat gebied te verwijderen en zich daar gedurende een tijdvak van twee maanden niet te bevinden nadat de burgemeester hem een daartoe strekkend bevel heeft gegeven.
Degene die in een door de burgemeester aangewezen gebied, als bedoeld in het eerste lid overeenkomstig het vierde lid een bevel van de burgemeester heeft gekregen zich te verwijderen uit dat gebied en die in een aaneengesloten periode van ten hoogste één jaar weer een ordeverstorende gedraging heeft begaan, is verplicht zich terstond uit dat gebied te verwijderen en zich daar gedurende een tijdvak van drie maanden niet te bevinden nadat de burgemeester hem een daartoe strekkend bevel heeft gegeven.
Onder ordeverstorende gedragingen als bedoeld in het derde, vierde en vijfde lid worden verstaan de gedragingen als bedoeld in het eerste en tweede lid, alsmede het niet voldoen aan een opgelegd verwijderingsbevel, geweldsdelicten en diefstallen uit auto’s op of aan de weg, voor zover een verband bestaat tussen het delict en harddrugs.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 11.
Artikel 2:74C
Verblijfsontzegging in verband met harddrugs
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Bodegraven-Reeuwijk