**1..** Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
**2..** De aanvrager van de vergunning mag niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn.
**3..** De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een voorbereidingsbesluit, een ontwerp van een bestemmingsplan, een vastgesteld bestemmingsplan, een geldend bestemmingsplan, een beheersverordening of een exploitatieplan als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening.
**4..** In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
**5..** Bij de toepassing van de in het vierde lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie.
**6..** Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 8.
Artikel 2:28
Exploitatie openbare inrichting
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Bodegraven-Reeuwijk