De beheerder opent vóór en sluit deuren en ramen na het gebruik van het gebouw.
Hij/zij controleert na het gebruik of de waterleidingkranen zijn gesloten, de verlichting is uitgedaan en of er personen of goederen in het gebouw zijn achtergebleven.
Hij/zij controleert tevens of er schade of verontreiniging in het gebouw en aan de inrichting is veroorzaakt. In deze gevallen geeft hij/zij naast de vermelding van de schade tevens een opgave wie deze heeft veroorzaakt aan de chef van de afdeling.
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Instructie voor de beheerders van de gemeentelijke gebouwen en daarbij behorende terreinen