Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Afwijzings- en beëindigingsgronden.

Onderdeel van Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Amstelveen

1.. Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, wordt de schuldhulpverlening afgewezen of beëindigd indien: het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond; de schuldenaar zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken voor de aflossing van schulden; op grond van – zo later is gebleken – onjuiste gegevens schuldhulpverlening aan betrokkene is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen; betrokkene zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schuldhulpverleningstraject, zeer ernstig misdraagt; de schuldenaar in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren; de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar, niet (langer) passend is; de schuldhulpverlening door het college niet langer noodzakelijk wordt geacht; of verzoeker niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt, zoals bedoeld in artikel 6 en 7 van de wet. 2.. Niet in aanmerking voor een schuldhulpverleningstraject komen verzoekers: met schulden die ontstaan zijn door fraude, als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de wet; met ‘niet regelbare’ schulden, vorderingen die niet in een regeling van schulden kunnen worden ingebracht; of waarbij niet binnen zes maanden een schuldhulpverleningstraject opgezet kan worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel