1 In deze paragraaf wordt verstaan onder ‘diensttijd’: de aan het
ontslag voorafgaande in overheidsdienst doorgebrachte tijd waaraan
het deelnemerschap in de zin van het pensioenreglement is verbonden,
alsmede tijd die door inkoop voor pensioen geldig zou zijn
verklaard.
2 Onder diensttijd bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan de
tijd doorgebracht in de betrekking waaruit de werkloosheid is
ontstaan, indien aan die tijd op grond van de Regeling beperking van
het zijn van overheidswerknemer in de zin van de wet Privatisering
ABP (Stc. 1997, 164) het ambtenaarschap in de zin van evengenoemde
regeling niet is verbonden.
3In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid blijft
buiten beschouwing:
a diensttijd liggende vóór een onderbreking van meer dan een jaar;
b diensttijd welke in aanmerking is genomen bij de berekening van de
duur van een eerder toegekend wachtgeld, een daarmee gelijk te
stellen uitkering wegens onvrijwillige werkloosheid of een
bovenwettelijke uitkering wegens onvrijwillige werkloosheid ten
laste van de overheid;
c diensttijd welke in aanmerking is genomen bij de berekening van
een pensioen krachtens het pensioenreglement dan wel voorafgaat aan
een ontslag verleend op grond van artikel 8:3 van deze regeling of
een soortgelijke bepaling in een andere overheidsregeling;
d tijd, bedoeld in de artikelen 5.3, 5.4 en 5.5 van het
pensioenreglement;
e tijd in een aangehouden betrekking, dan wel in een betrekking
welke de betrokkene had kunnen aanhouden, doch uit welke hij
vrijwillig werkloos is geworden met ingang van de datum waarop de
uitkering krachtens de Werkloosheidswet ingaat.
Hoofdstuk 10a › Paragraaf 3
Artikel 10a:14
Diensttijd
Onderdeel van Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Tilburg