De duur van de aansluitende uitkering wordt vastgesteld op
drie maanden, vermeerderd voor de betrokkene:
die op de dag van ontslag de leeftijd van 21 jaar nog niet
heeft bereikt met een duur gelijk aan 18% van de
diensttijd;
die op de dag van ontslag 21 jaar oud is met een duur van
19,5% van de diensttijd en zo vervolgens per leeftijdsjaar
opklimmende met 1,5%.
De in het eerste lid berekende duur wordt verminderd
met:
de duur van de uitkering krachtens de Werkloosheidswet,
zoals deze is vastgesteld op de eerste dag van de
werkloosheid en
twee jaar.
3 Ter bepaling van de duur van de aansluitende uitkering voor
betrokkene, genoemd in artikel 10a:15, achtste lid, wordt uitgegaan
van de datum van het ontslag.
4 De betrokkene die op het tijdstip van ontslag de leeftijd van 55
jaren of ouder heeft bereikt, heeft recht op een aansluitende
uitkering tot de dag waarop hij de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.
Hoofdstuk 10a › Paragraaf 3
Artikel 10a:16
Duur van de uitkering (wijziging met ingang van 1 augustus 2004)
Onderdeel van Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Tilburg