1 Om voor een verhuiskostenvergoeding op basis van artikel 10a:26 in
aanmerking te komen dient de uitkeringsgerechtigde:
a de werkloosheid door het ter hand nemen van arbeid of bedrijf met
tenminste 50% met een minimum van 5 uur te verminderen;
b te verhuizen binnen 6 maanden na de vermindering van de
werkloosheid, doch uiterlijk 3 maanden voor de oorspronkelijk
vastgestelde beëindigingsdatum van de uitkeringsperiode;
c arbeid te aanvaarden voor onbepaalde tijd of voor bepaalde tijd
met een duur van minimaal 1 jaar, blijkend uit de overlegging van
het arbeidscontract;
d zich binnen een afstand van 25 kilometer van de standplaats van
de nieuwe arbeid te vestigen, terwijl de afstand tussen deze
standplaats en de oude woning tenminste 50 kilometer moet
bedragen;
e schriftelijk te melden of hij een vergoeding uit andere hoofde
ontvangt en te verklaren dat hij geen bezwaar heeft als de
uitvoeringsinstelling bij de nieuwe werkgever deze melding
verifieert en de uitvoeringsinstelling vaststelt dat de
uitkeringsgerechtigde is verhuisd.
2 Het recht op de tegemoetkoming in de verhuiskosten ontstaat eerst
als vaststaat dat de uitkeringsgerechtigde daadwerkelijk is
verhuisd.
Hoofdstuk 10a › Paragraaf 4
Artikel 10a:27
Artikel 10a:27
Onderdeel van Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Tilburg