1 Degene die op 31 december 1995 uit hoofde van een ontslag uit de
sector gemeenten recht heeft op een herplaatsingswachtgeld als
bedoeld in artikel K 4, tweede lid, juncto artikel K 6 van het
pensioenwet, zoals die wet luidde op die datum, en waarvan de duur
op 1 januari 1996 nog niet is verstreken, heeft recht op
suppletie.
2 Het in het eerste lid bedoelde recht op suppletie bedraagt bij een
op 31 december 1995 genoten recht op herplaatsingswachtgeld van:
3 De artikelen 11a:3 tot en met 11a:5, 11a:6, tweede lid, 11a:7 tot
en met 11a:11, alsmede artikel 11a:12, derde lid tot en met 11a:16
zijn van overeenkomstige toepassing.
4 Het bestuursorgaan stelt ambtshalve van iedere overheidswerknemer
als bedoeld in het eerste lid, het recht op suppletie vast met
inachtneming van het in dit artikel bepaalde.
5 Artikel 11a:6, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing, met
dien verstande dat voor de vaststelling van de berekeningsgrondslag
voor de betrokkene als dagloon geldt het dagloon zoals bepaald in
artikel 42, derde en vierde lid, van de WPA, zonder toepassing van
de maximum dagloongrens van artikel 9, eerste lid, van de
Coördinatiewet Sociale Verzekering.
6 Bij de bepaling op 1 januari 1996 van de periode waarover
herplaatsingswachtgeld is genoten, wordt deze periode naar beneden
afgerond op een hele maand.
Hoofdstuk 10a › Paragraaf 8
Artikel 11a:17
Conversie herplaatsingswachtgeld en bezoldiging of uitkering wegens ziekte
Onderdeel van Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Tilburg