1 Naast de mogelijkheid genoemd in artikel 8:13, kunnen de volgende
disciplinaire straffen worden toegepast:
a schriftelijke berisping;
b arbeid buiten de voor de functie van de ambtenaar vastgestelde
werktijden zonder vergoeding of tegen een lagere dan de normale
vergoeding voor ten hoogste zes uren met een maximum van drie uren per
dag en met dien verstande dat deze arbeid niet kan worden opgelegd op
zondag en op de voor de ambtenaar geldende kerkelijke feestdagen;
c vermindering van vakantie met ten hoogste 1/3 van het aantal uren
waarop de ambtenaar voor het desbetreffende kalenderjaar aanspraak
heeft;
d geldboete tot ten hoogste 1% van het bedrag van het salaris per
jaar;
e niet-betaling van het salaris, doch ten hoogste tot een bedrag
overeenkomende met het salaris over een halve maand;
f stilstand van verhoging van salaris, met uitzondering van verhogingen
als gevolg van algemene loonmaatregelen, een herwaardering van de
functie daaronder begrepen, voor ten hoogste vier jaren;
g vermindering van salaris met ten hoogste het bedrag van de laatste
twee periodieke verhogingen, of, indien aan de door de ambtenaar beklede
functie geen schaal is verbonden, vermindering van het salaris met ten
hoogste 5%, een en ander voor de tijd van niet langer dan twee
jaren;
h plaatsing in een andere functie, al of niet in een ander onderdeel
van de dienst, voor bepaalde of onbepaalde tijd en met of zonder
vermindering van salaris en de toegekende salaristoelage(n);
i schorsing voor een bepaalde tijd zonder of met gedeeltelijk genot van
salaris en de toegekende salaristoelage(n) .
2 De straffen genoemd in het eerste lid, onder a t/m g worden opgelegd
door het college; de straffen genoemd onder h en i, alsmede de straf
genoemd in artikel 8:13, worden opgelegd door het bestuursorgaan dat
bevoegd is tot aanstelling in de laatstelijk door de ambtenaar vervulde
functie.
3 Bij het opleggen van een straf kan worden bepaald, dat zij niet ten
uitvoer zal worden gelegd indien de betrokken ambtenaar zich gedurende
de bij het opleggen van de straf te bepalen termijn niet schuldig maakt
aan soortgelijk plichtsverzuim als waarvoor de bestraffing plaatsvindt,
noch aan enig ander ernstig plichtsverzuim en zich houdt aan bij het
opleggen van de straf eventueel te stellen bijzondere voorwaarden.
Hoofdstuk 16
Artikel 16:1:2
Disciplinaire straffen
Onderdeel van Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Tilburg