Indien een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover
personen en instanties die zijn belast met de uitvoering van de
PW en de IOAW of de IOAZ wordt de uitkeringsnorm verlaagd.
De verlaging wordt in geval van een ernstige misdraging in de
vorm van verbaal geweld, discriminatie of intimidatie op de
volgende wijze vastgesteld:
50% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij een
ernstige misdraging;
100% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij een
tweede ernstige misdraging binnen een periode van 24
maanden na de vorige misdraging;
100% van de uitkeringsnorm gedurende 2 maanden vanaf een
derde ernstige misdraging binnen een periode van 24
maanden na de vorige misdraging.
De verlaging wordt in geval van een ernstige misdraging in de
vorm van zaakgericht fysiek geweld of mensgericht fysiek geweld
op de volgende wijze vastgesteld:
100% van de uitkeringsnorm gedurende 1 maand bij een
eerste ernstige misdraging;
100% van de uitkeringsnorm gedurende 2 maanden bij een
tweede ernstige misdraging binnen een periode van 24
maanden na de vorige misdraging;
100% van de uitkeringsnorm gedurende 3 maanden vanaf een
derde ernstige misdraging binnen een periode van 24
maanden na de vorige misdraging.
Van een zeer ernstige misdraging is sprake als verwijtbaarheid
is vastgesteld en dit gedrag in het normale menselijke verkeer
onacceptabel is.
Hoofdstuk 4
Artikel 13
Zeer ernstige misdragingen
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2016