Het college kan een vergunning als bedoeld in artikel 23 intrekken indien
de vergunninghouder daar om heeft verzocht;
blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften die zijn verbonden aan de vergunning niet naleeft;
de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen;
binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de vergunning geen begin met de werkzaamheden is gemaakt;
tussen het begin en het einde van de werkzaamheden deze werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van 26 weken stilliggen.
§ 8.
Artikel 25.
Intrekken van de vergunning archeologisch verwachtingsgebied
Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Groningen 2017