Naar hoofdinhoud
1.. Het is de leraar slechts toegestaan aan hen toebehorend motorrijtuig in de zin van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen voor de dienstuitoefening te gebruiken, indien en voor zover hen daartoe door de locatieleider of de plaatsvervangend locatieleider toestemming is verleend. Onder dienstuitoefening wordt niet verstaan de verplaatsing tussen woonhuis en plaats waar men zijn werkzaamheden gewoonlijk uitoefent. 2.. Onverminderd het bepaalde in het 1e lid wordt de toestemming geacht te zijn verleend, indien raadpleging van een arts ten behoeve van een leraar of een leerling geen uitstel gedoogt.

Rechtspraak bij dit artikel