1. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder
stedelijke vernieuwing, de op stedelijk gebied gerichte inspanningen die
leiden tot verbetering van de kwaliteit van de stedelijke woon-, werk-
en leefomgeving door middel van een samenhangend pakket van fysieke
maatregelen die betrekking hebben op wonen, ruimte, milieu, groen en
fysieke stadseconomie. 2. Burgemeester en wethouders kunnen aan
natuurlijke of rechtspersonen subsidie verlenen voor: a. projecten die
van belang zijn voor de stedelijke vernieuwing die opgenomen zijn in het
ISV Uitvoeringsprogramma Amersfoort; b. onvoorziene tussentijds
ingediende projecten van belang voor de stedelijke vernieuwing die niet
zijn opgenomen in het ISV Uitvoeringsprogramma, maar wel voldoen aan de
criteria in artikel 2.3 van deze verordening. Deze worden op voorstel
van burgemeester en wethouders opgenomen in een halfjaarlijks door de
gemeenteraad vast te stellen aanvullend programma. Burgemeester en
wethouders beschikken pas over een subsidieverzoek na vaststelling van
het aanvullende programma; c. projecten van belang voor de stedelijke
vernieuwing waarin de noodzaak van een snelle besluitvorming over het
project is aangetoond. Alleen in deze gevallen kunnen burgemeester en
wethouders overgaan tot een beschikking op het subsidieverzoek, na
advies door de raadscommissies voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke
Ordening en voor Stadsbeheer, Wijkgericht werken en Milieu,
vooruitlopend op de vaststelling van het aanvullende programma.