Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2:

Artikel 2.3.

Criteria bij beoordeling aanvraag subsidie

Onderdeel van Subsidieverordening ISV

1. Projecten worden door burgemeester en wethouders getoetst op criteria zoals die zijn opgenomen in het ISV Ontwikkelingsprogramma Amersfoort 2000 - 2004 en het ISV Uitvoeringsprogramma Amersfoort, betreffende: a. ligging in de prioriteitsgebieden, begrensd op de Prioriteiten ISV-kaart (bijlage 2), welke onderdeel vormt van het vastgestelde ISV Ontwikkelingsprogramma: - Oudere wijken rond het stadscentrum; - HOV-Noord en HOV-Zuid; - Stadsrandzone Noord/Oost; - Vathorst; - Stadsentrees. b. doelstellingen: zoals verwoord in het ISV Ontwikkelingsprogramma; vertaald in bijlage 1 in voorbeelden van type projecten die voor subsidie in aanmerking kunnen komen. c. financiële efficiëntie: Om voor subsidie in aanmerking te komen: - is voor het realiseren van het project een ISV bijdrage noodzakelijk, dat wil zeggen: er zijn geen andere financiële regelingen beschikbaar die beter passen bij het project; - heeft de ISV bijdrage een "aanjaagfunctie" op de andere investeringen binnen en buiten het project; - staat de ISV bijdrage in redelijke verhouding tot de bijdrage van andere partijen aan het project. d. mate van integrale opzet: het project dient zoveel mogelijk integraal van opzet zijn, dat wil zeggen er dienen meerdere doelen (zie art. 2.3.1b.) in te zijn geïntegreerd. e. spreiding over prioriteitsgebieden en mate van verscheidenheid: de projecten dienen evenwichtig over de prioriteitsgebieden te zijn verspreid en qua thematiek een mate van verscheidenheid te hebben. 2. a. Projecten, die alléén betrekking hebben op een bodemsanering, dienen ook te voldoen aan de volgende criteria: - de verontreinigde locatie is opgenomen in de Bodemprogrammalijst van het bevoegd gezag; - de verontreinigde locatie is door het bevoegd gezag gekwalificeerd als "ernstig én urgent". b. Bodemsaneringsprojecten, zoals bedoeld in a van dit lid, gelegen buiten de prioriteitsgebieden, worden niet getoetst aan het criterium ligging (onder 2.3.1a). c. Monumentenprojecten dienen te betreffen het behoud en herstel van de cultuurhistorische waarden van het monument of beeldbepalend pand. d. Monumentenprojecten gelegen buiten de prioriteitsgebieden worden niet getoetst aan het criterium ligging (onder 2.3.1a) wanneer het gaat om een geval dat door het bevoegd gezag als "ernstig én urgent" bevonden wordt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel