1. In gevallen waarin de noodzaak naar hun oordeel is aangetoond, kunnen burgemeester en wethouders overgaan tot het verstrekken van een voorschot in de planvoorbereidingsfase, dat niet meer dan 20% van de toegekende subsidie kan bedragen. 2. Een voorschot als bedoeld in het eerste lid wordt bij de definitieve financiële afwikkeling ingevolge artikel 2.7.5. in mindering gebracht.