Het college vordert geen medegebruik als het bevoegd gezag de leegstand van het gebouw waarin het beoogde medegebruik moet plaatsvinden, in gebruik heeft gegeven aan een andere school of scholen voor het onderwijs aan die school of scholen, tenzij dat gebruik kan plaatsvinden in de voor die scholen al beschikbare huisvestingscapaciteit.
Indien er zich in meerdere gebouwen leegstand voordoet, wordt:
als eerste de ruimte gevorderd in het gebouw dat in gebruik is bij een school van hetzelfde bevoegd gezag, tenzij uit oogpunt van doelmatigheid het vorderen van leegstand van een ander gebouw een betere oplossing biedt;
vervolgens de ruimte gevorderd in het gebouw waarin een school van dezelfde richting is gehuisvest;
vervolgens de ruimte gevorderd in het gebouw dat het dichtst gelegen is bij het hoofdgebouw van de school ten behoeve waarvan de vordering plaatsvindt.
Het college kan, indien de bij de vordering betrokken bevoegde
gezagsorganen daarmee instemmen, in een individueel geval van de in het tweede lid opgenomen volgorde afwijken.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.1
Artikel 30.
Nalaten vorderen; volgorde van vorderen
Onderdeel van Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Eindhoven 2016