Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 40.

Schriftelijke vragen

Onderdeel van Raadsreglement van orde Alphen aan den Rijn 2015

Raadsleden dienen schriftelijke vragen- kort en duidelijk geformuleerd- aan het college of de burgemeester in bij de griffier. Daarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn ingediend. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen de gestelde termijn kan plaatsvinden, stelt de burgemeester of het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door hen aan de leden van de raad gezonden. De vragen en antwoorden worden geplaats op de lijst van ingekomen stukken, zoals bedoeld in artikel 19. De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. Dit artikel is overeenkomstig van toepassing op vragen aan een lid van de raad, een wethouder of de burgemeester, die door de raad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam, of van een andere verbonden partij, ingesteld bij de Wet gemeenschappelijke Regelingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel