Naar hoofdinhoud
Indien het onderzoek leidt tot de aanvraag van een individuele maatwerkvoorziening hanteert het college de volgende algemene criteria: Bij het beoordelen van de aanvraag voor een individuele maatwerkvoorziening neemt het college het ondersteuningsplan en (indien aanwezig) het persoonlijk plan als uitgangspunt; Een maatwerkvoorziening kan worden verstrekt ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en van de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten. Dit al dan niet in verband met risico’s voor de veiligheid van de cliënt als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet zelf kan verminderen door gebruik te maken van eigen kracht, gebruikelijke hulp, mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel als de cliënt deze problemen niet zelf kan verminderen met gebruikmaking van algemene voorzieningen; Om in aanmerking te komen voor een individuele maatwerkvoorziening moet sprake zijn van een matige dan wel ernstige beperking in de zelfredzaamheid en participatie als gevolg van problematiek op tenminste één van de vijf terreinen zoals opgenomen in artikel 3.4 van deze beleidsregels; Indien (medische of paramedische) behandeling van de beperking mogelijk is, beoordeelt het college in hoeverre de beperkingen worden opgelost door het ondergaan van deze behandeling; Bij de beoordeling van de aanvraag hanteert het college in aanvulling op de voorgaande leden en op grond van artikel 2.1.2 van de wet in ieder geval de volgende criteria: Voorliggend op een aanspraak op een maatwerkvoorziening zijn aanspraken op een algemene of andere voorziening, waaronder onder meer (aanvullende) ziektekostenverzekeringen, aansprakelijkheidsverzekeringen of normale maatschappelijke kosten; Er is sprake van een noodzaak tot het treffen van een maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang; Kosten die tot het moment van de aanvraag al zijn gemaakt dan wel redelijkerwijs in de nabije toekomst toch hadden moeten worden gemaakt, komen niet voor vergoeding in aanmerking, tenzij de noodzaak achteraf door het college kan worden vastgesteld; In beginsel wordt door het college de adequaatste voorziening toegekend. Hierbij houdt het college rekening met de prijs van de voorziening; Het college vergoedt of verstrekt geen voorziening als de normale afschrijvingstermijn van de eerder vergoede of verstrekte gelijkwaardige voorziening nog niet is verstreken of deze technisch nog niet is afgeschreven, tenzij deze voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de inwoner zijn toe te rekenen. Het college vergoedt of verstrekt geen voorziening indien er sprake is van voorzienbaarheid;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel