Naar hoofdinhoud
Vrijstellingen Het havengeld wordt niet geheven ter zake van: doorvarende vaartuigen, die in de gemeente niet laden/lossen en niet langer verblijven dan voor de doorvaart noodzakelijk is; roeiboten behorende tot vaartuigen, waarvoor havengeld verschuldigd is, mits zij daaraan zijn bevestigd; vaartuigen die uitsluitend ten behoeve van de gemeente worden gebruikt; politievaartuigen; vaartuigen die de reis niet kunnen voortzetten doordat de doorgang door gesloten water, of als gevolg van een andere onverwachtse omstandigheid, is gestremd; vaartuigen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst of anderszins rechtens moeten worden gedoogd; vaartuigen die niet op een aanlegplaats liggen en korter zijn dan 4 meter.

Rechtspraak bij dit artikel