Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 1

- Voorwaarden vrijlating inkomsten deeltijdarbeid

Onderdeel van Beleidsregels Stimuleringsbeleid Wet werk en bijstand 2004

1.. De vrijlating van inkomsten uit deeltijdarbeid op grond van artikel 31, lid 2, onderdeel o van de wet, artikel 9a van het inkomensbesluit IOAW, dan wel artikel 4, lid 1, sub a van het inkomensbesluit IOAZ worden toegepast voor: degene die arbeid in deeltijd aanvaardt waarmee een inkomen wordt verworven dat minder bedraagt dan de toepasselijke uitkeringsnorm en die behoort tot de groep van personen van wie de gemeente op basis van een rapportage van een deskundige heeft bepaald, dat zij om redenen van medische of sociale aard zijn aangewezen op deeltijdarbeid (beperkte arbeidsverplichtingen); degene die arbeid in deeltijd aanvaardt waarmee een inkomen wordt verworven dat minder bedraagt dan de toepasselijke uitkeringsnorm en die behoort tot de groep van alleenstaande ouders die de zorg draagt voor kinderen in de leeftijd van 5 tot 12 jaar. 2.. Onder arbeid als bedoeld in lid 1, onderdelen a en b wordt verstaan het verrichten van arbeid in dienstbetrekking.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel