**1.** In andere gevallen dan bedoeld in de artikelen 2.5.8, 2.5.14 en 2.5.28 kan het bevoegd gezag afwijken van de verboden tot bouwen met overschrijding van de voor- en van de achtergevelrooilijn, en van het verbod tot bouwen met overschrijding van de maximale bouwhoogte indien:
a. er voor het betreffende gebied geen bestemmingsplan of beheersverordening of projectbesluit van kracht is;
b. geen aanhoudingsgronden zoals genoemd in artikel 3.3 van de Wet algemene bepalingen omgevinsrecht van toepassing is;
c. de activiteit in overenstemming is met in voorbereiding zijnd toekomstig ruimtelijk beleid;
d. de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, en
e. de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat.
**2..** De in het eerste lid bedoelde ontheffing kan door burgemeester en wethouders worden verleend indien:
1. de desbetreffende bouwactiviteit voorkomt in artikel 20 Bro;
2.de desbetreffende bouwactiviteit valt onder het beleid van de provincie inzake artikel 19, lid 2 WRO;
het desbetreffende bouwplan in overeenstemming is met in voorbereiding zijnd toekomstig ruimtelijk beleid.
Op de voorbereiding van het besluit omtrent de ontheffing, als bedoeld in het eerste lid, is de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing, met dien verstande dat:
a.gedurende de termijn van terinzagelegging eenieder schriftelijk zijn zienswijze omtrent de aanvraag kan inbrengen;
b.indien er zienswijzen zijn ingebracht burgemeester en wethouders de beslissing over de aanvraag om reguliere bouwvergunning met ten hoogste zes weken kunnen verdagen.
Artikel 2.5.29
Vergunningverlening in afwijking van de rooilijnen en van de toegelaten bouwhoogte in geval van voorbereiding van nieuw ruimtelijk beleid
Onderdeel van Bouwverordening Gemeente Arnhem 2003