Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel, bij gedragingen als bedoeld in artikel 9, vastgesteld op:
5% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
10% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
20% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie;
100% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie.
Hoofdstuk 2
Artikel 10
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Verordening maatregelen Participatiewet, IOAW, IOAZ en verrekening bestuurlijke boete 2015