1.Het college verstrekt op verzoek van de cliënt een Pgb voor ondersteuning in de vorm van dienstverlening of in de vorm van een zaak, nadat het college heeft beoordeeld of de cliënt in het kader van het verstrekken van een Pgb redelijkerwijs in staat is zijn belangen te behartigen en de verantwoordelijk voor het inkopen van diensten of zaken en het afsluiten van contracten kan dragen.
Het college betrekt in het onderzoek (niet limitatief):
een curatele, beschermingsbewind of mentorschap dat over de cliënt is uitgesproken;
de besteding van een eerder aan cliënt verstrekt pgb;
de financiële en eventuele schuldenpositie van de cliënt;
de inhoud van het gesprek met de cliënt over het pgb;
de aanwezigheid van een vertegenwoordiger of een persoon uit het sociale netwerk die de cliënt kan bijstaan.
Verstrekking in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien:
op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget, dan wel als gevolg van zijn financiële situatie niet kan beschikken over (een deel van) het persoonsgebonden budget;
er sprake is van een aantoonbare schuldenlast waarbij het vermoeden bestaat dat het persoonsgebonden budget zal worden aangewend voor de afwenteling van de schuldenlast. Er wordt dan geen persoonsgeboden budget toegekend, maar er zal een voorziening in natura worden verstrekt.
voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was.
er sprake is van een algemene of overige (Jeugd; die in de wijk of in de gemeente Zwartewaterlandaanwezig is, en die volledig toereikend is om passende ondersteuning te bieden aan de individuele aanvrager) voorzieningen.
Meerkosten zelf bijbetalen
Het Pgb kan worden geweigerd voor zover de kosten van het betrekken van de ondersteuning via een Pgb hoger zijn dan de individuele voorziening (Jeugd) en/of maatwerkvoorziening (Wmo) in natura. Indien de wensen van de cliënt echter hoger zijn dan de kosten van een individuele voorziening /maatwerkvoorziening in natura kan de cliënt in dit geval zelf de aanvullende kosten bijleggen.
De volgende zorgvormen / taken of betalingen zijn uitgesloten of niet toegestaan:
Administratie
De doorlopende administratiekosten die de pgb-houder bij derden heeft belegd komen niet voor betaling uit een Pgb in aanmerking. De pgb-administratie doet een pgb-houder zelf of een vertegenwoordiger doet dit zonder hiervoor geld uit het Pgb te ontvangen.
b.Coördinatie
Een cliënt komt in principe alleen in aanmerking voor een Pgb als hij zelf (of een vertegenwoordiger) op verantwoorde wijze regie kan voeren. Coördinatie is om deze reden niet aan de orde, deze rol vervult de pgb-houder zelf of is belegd bij een vertegenwoordiger.
Het is niet toegestaan om na het einde van een Pgb , buiten de schuld om van de budgethouder, maximaal een volledig maandsalaris uit te keren aan de zorgverlener. De beëindiging van een dienstverband om een bepaalde reden wordt gezien als een zakelijk risico. Daar komt bij dat in schrijnende gevallen de hardheidsclausule toegepast worden kan.
Het is niet toegestaan om van het Pgb budget reiskosten te vergoeden van de zorgverlener. Reiskostenvergoeding behoort tot de secundaire arbeidsvoorwaarden en is principieel niet toerekenbaar aan de te verlenen zorg.
Het is een houder van een Pgb budget wel toegestaan om vanuit hun budget een feestdagenuitkering te betalen. De uitkering is eenmalig maximaal € 272,-
Uitzonderingen op de uitsluitingen onder a of b zijn:
wanneer geen passende natura voorziening beschikbaar is, en;
niet door de gemeente gecontracteerd kan worden, en;
de cliënt niet in staat is op verantwoorde wijze uitvoering te geven aan het pgb;
Crisishulp / crisisopvang / spoedeisende zorg
Wanneer in geval van crisis direct hulp moet worden verleend is er geen tijd om een persoonlijk ondersteuningsplan of gezinsplan op te stellen, de hoogte van het Pgb te bepalen en een (arbeids-) overeenkomst te sluiten met een hulpverlener / organisatie. Bovendien moet deze hulp voldoen aan kwaliteitseisen. Voor crisishulp is het om deze redenen niet mogelijk een Pgb te ontvangen.
e.Voortgezette diagnostiek
Aan de hand van diagnostiek wordt een persoonlijk ondersteuningsplan of gezinsplan opgesteld en bepaald welke voorzieningen moeten worden ingezet. Diagnostiek moet voldoen aan specifieke kwaliteitseisen. Het ligt daarom niet voor de hand om deze zorgvorm via een Pgb te verstrekken.
f.Pleegzorg
De opvang van een kind door een pleegouder, is uitgesloten van het pgb. Voor deze zorg kan namelijk een pleegzorgvergoeding worden ontvangen. Dit is een onkostenvergoeding die niet als inkomen wordt gezien en verschilt daarmee van het pgb. Via de organisatie die pleegzorg organiseert is kwaliteit en begeleiding van het pleeggezin geborgd. Voor de zorg die een kind extra nodig heeft kan een (pleegzorg)ouder wel een Pgb ontvangen.
Met het Pgb dient de cliënt een kwalitatieve en effectieve zaak of dienst in te kopen. Het college beoordeelt de kwaliteit en effectiviteit aan de hand van de maatwerkvoorziening die zou zijn verstrekt en het plan van eisen of het plan van aanpak. Het persoonsgebonden budget wordt zo vastgesteld dat de aanvrager daarmee een voorziening kan kopen die gelijkwaardig is aan een voorziening in natura. Tenzij in dit Besluit anders is aangegeven, bedraagt het persoonsgebonden budget maximaal het bedrag dat het college aan de gecontracteerde leverancier betaalt voor de goedkoopst compenserende voorziening, inclusief onderhoud, keuring en reparatie en eventuele wettelijk verplichte verzekering.
Het college bepaalt de hoogte van het Pgb voor een zaak of dienst op basis van het plan van eisen of het plan van aanpak en aan de hand van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst compenserende maatwerkvoorziening. De kostprijs wordt bepaald door:
een aanbesteding;
een consultatie in de markt;
overleg met de aanbieder of leverancier;
een of meer offertes die door de cliënt zijn opgevraagd.
Het college kan de hoogte van het Pgb voor een zaak baseren op beschikbare tweedehandse voorzieningen, waarbij rekening gehouden wordt met de kortere levensduur van een tweedehands voorziening.
De cliënt kan een dienst of zaak inkopen die meer kost dan de goedkoopst compenserende voorziening en zelf het verschil tussen het Pgb en de prijs van de door de cliënt gewenste voorziening betalen.
Wanneer een goedkopere voorziening wordt aangeschaft, wordt het persoonsgebonden budget beperkt tot aankoopprijs van de gekochte voorziening;
De uitbetaling van het Pgb gebeurt op grond van het trekkingsrecht (artikel 2.6.2 van de wet) door de Sociale Verzekeringsbank, tenzij het een eenmalig uitbetaling betreft. Het college voldoet eenmalige uitbetalingen na ontvangst van de desbetreffende nota en zo veel mogelijk rechtstreeks aan de leverancier.
Het college controleert de besteding van een Pgb voor een zaak door de cliënt te verplichten na levering van de zaak de desbetreffende nota aan het college te overleggen. Het college kan zo nodig ter controle een huisbezoek afleggen. Een voorziening die de aanvrager met een persoonsgebonden budget heeft aangeschaft, moet worden ingeleverd bij- of terugbetaald aan de gemeente, als er tussentijds geen recht meer op bestaat.
Het college voert de controle op de besteding van het Pgb voor een dienst uit. Het college controleert hierbij in ieder geval of de dienst is geleverd door de persoon of de organisatie bij wie de dienst is ingekocht.
De cliënt dient de voor het onderzoek als bedoeld in dit artikel onder lid 8 relevante bewijsstukken in ieder geval twee kalenderjaren te bewaren zodat het college de controle op de besteding kan uitvoeren. In de beschikking wordt opgenomen welke bewijsstukken dit betreft.
Indien er een noodzaak is een persoonsgebonden budget te beëindigen, dient verhoudingsgewijs terugbetaald te worden. Persoonsgebonden budget voor bijvoorbeeld onderhoud van een voorziening of voor huishoudelijke hulp wat nog niet gegeven is kan teruggevorderd worden. Indien sprake is van een gekochte voorziening wordt in overleg met de aanvrager of nabestaanden gekeken of het middel aan de verstrekkende leverancier terug verkocht kan worden. Daarbij wordt globaal uitgegaan van de volgende tabel:
0 tot 1 jaar oud - 80% van het aankoopbedrag
1 tot 2 jaar oud - 60% van het aankoopbedrag
2 tot 3 jaar oud - 50% van het aankoopbedrag
3 tot 4 jaar oud - 40% van het aankoopbedrag
4 tot 5 jaar oud - 30% van het aankoopbedrag
Ouder dan 5 jaar - 10% van het aankoopbedrag
Indien een leverancier een middel niet terug wil kopen wordt een richtprijs afgesproken uitgaande van bovenstaande tabel die voor terugvordering in aanmerking komt. Indien cliënt een duurdere voorziening aangeschaft heeft dan het persoonsgebonden budget met eigen geld, dan wordt alleen het persoonsgebonden budget bedrag verrekend volgens bovenstaande tabel.
Hoofdstuk 3
Artikel 13
Algemene regels rond het persoonsgebonden budget voor ondersteuning bij zelfstandig wonen, vervoer en bij zelfredzaamheid en participatie
Onderdeel van Beleidsregels Wmo 2017