Beperkte mobiliteit: een cliënt die niet meer dan 800 meter aaneengesloten in rustig tempo, en eventueel met behulp van een loophulpmiddel, kan lopen of fietsen, is beperkt mobiel.
Zeer beperkte mobiliteit: een cliënt die niet meer dan 100 meter aaneengesloten in rustig tempo, en eventueel met behulp van een loophulpmiddel, kan lopen is zeer beperkt mobiel.
Algemeen gebruikelijke voorziening voor vervoer: een vorm van vervoer die naar geldende maatschappelijke opvattingen tot het gangbare gebruiks- en bestedingspatroon behoort, en niet speciaal is gericht op personen met beperkingen. Voorbeelden zijn:
een (elektrische) fiets of tandem, ligfiets, fietsen met hulpmotor, tandem met hulpmotor
een brommer of scooter, brommobiel (45km auto’s);
stalling voor een fiets of driewielfiets
openbaar vervoer;
systeem van voor iedereen toegankelijk collectief of lokaal vervoer.
bij een inkomen van 150% van het sociaal minimum of hoger: een auto
autoaanpassingen zoals
o automatische transmissie;
o elektrisch bedienbare ramen;
o kosten van een APK-keuring;
o een derde of vijfde deur en warmtewerend glas;
o cruise control.
4.Een substantiële vervoersbehoefte bestaat uit meer dan incidenteel vervoer in het kader van het leven van alledag, zoals bijvoorbeeld boodschappen doen, familie- of vriendenbezoek, kerkbezoek, recreatieve verplaatsingen, vervoer naar artsen of paramedische behandelaars.
Hoofdstuk 6
Artikel 26
Begrippen in verband met ondersteuning bij vervoer
Onderdeel van Beleidsregels Wmo 2017