Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 26

Begrippen in verband met ondersteuning bij vervoer

Onderdeel van Beleidsregels Wmo 2017

Beperkte mobiliteit: een cliënt die niet meer dan 800 meter aaneengesloten in rustig tempo, en eventueel met behulp van een loophulpmiddel, kan lopen of fietsen, is beperkt mobiel. Zeer beperkte mobiliteit: een cliënt die niet meer dan 100 meter aaneengesloten in rustig tempo, en eventueel met behulp van een loophulpmiddel, kan lopen is zeer beperkt mobiel. Algemeen gebruikelijke voorziening voor vervoer: een vorm van vervoer die naar geldende maatschappelijke opvattingen tot het gangbare gebruiks- en bestedingspatroon behoort, en niet speciaal is gericht op personen met beperkingen. Voorbeelden zijn: een (elektrische) fiets of tandem, ligfiets, fietsen met hulpmotor, tandem met hulpmotor een brommer of scooter, brommobiel (45km auto’s); stalling voor een fiets of driewielfiets openbaar vervoer; systeem van voor iedereen toegankelijk collectief of lokaal vervoer. bij een inkomen van 150% van het sociaal minimum of hoger: een auto autoaanpassingen zoals o automatische transmissie; o elektrisch bedienbare ramen; o kosten van een APK-keuring; o een derde of vijfde deur en warmtewerend glas; o cruise control. 4.Een substantiële vervoersbehoefte bestaat uit meer dan incidenteel vervoer in het kader van het leven van alledag, zoals bijvoorbeeld boodschappen doen, familie- of vriendenbezoek, kerkbezoek, recreatieve verplaatsingen, vervoer naar artsen of paramedische behandelaars.

Rechtspraak bij dit artikel