Indien in enig geval wordt getwijfeld of de voorgenomen
uitoefening van de bevoegdheid in overeenstemming is met het
bepaalde in artikel 2, oefent de gemandateerde c.q.
ge(vol)machtigde zijn bevoegdheid niet uit dan nadat hij
daarover overleg heeft gepleegd met het collegelid tot wiens
portefeuille de betreffende aangelegenheid behoort dan wel,
voor zover toepasselijk, met de burgemeester.
Het bepaalde in het eerste lid vindt in elk geval plaats
indien:
de portefeuillehouder of de burgemeester de wens
daartoe heeft kenbaar gemaakt;
de uitoefening van de bevoegdheid (vermoedelijk)
bestuurlijke/ politieke consequenties zal
hebben;
precedentwerking is te verwachten.
Hoofdstuk
Artikel 3.
Terugkoppeling
Onderdeel van Besluit interne mandaten, volmachten en machtigingen 2017