Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 25.

Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging

Onderdeel van Afvalstoffenverordening van de gemeente Boxtel

1.. Het is verboden buiten een daarvoor door het college bestemde plaats en buiten een inrichting in de zin van de wet een afvalstof, stof of voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins te plaatsen op een wijze die aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu. 2.. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden ter bescherming van het milieu. 3.. Het verbod is niet van toepassing op: het overeenkomstig deze verordening ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen; het thuis composteren van groente-, fruit- en tuinafval; voor zover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg geraken of worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen dan wel het verrichten van andere werkzaamheden op of aan de weg. 4.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover: de Wet milieubeheer, de Meststoffenwet, de Destructiewet, de Bestrijdingsmiddelenwet, de Kernenergiewet, Wet bodembescherming of het Bouwstoffenbesluit voorziet in de beoogde bescherming van het milieu; de Wet beheer rijkswaterstaatswerken van toepassing is; het provinciaal wegenreglement Noord-Brabant, of de provinciale bodembeschermingverordening Noord-Brabant, of de provinciale milieuverordening van toepassing is.

Rechtspraak bij dit artikel