**1..** Een cliënt is overeenkomstig een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot.
**2..** Geen bijdrage is verschuldigd voor
rolstoelvoorzieningen;
voorzieningen verstrekt aan personen met een leeftijd tot 18 jaar, met uitzondering van woningaanpassingen.
**3..** De bedragen per vier weken, de inkomensbedragen en de percentages die gelden voor de berekening van de bijdrage zijn gelijk aan die genoemd in hoofdstuk 3, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
**4..** De kostprijs van een maatwerkvoorziening wordt bepaald:
door een aanbesteding;
na een consultatie in de markt, of
in overleg met de aanbieder.
**5..** In de gevallen bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb vastgesteld en geïnd door het CAK.
**6..** Als de bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd, is de bijdrage verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
**7..** Het college kan nadere regels vaststellen ter bepaling van de kostprijs van maatwerkvoorzieningen.
Artikel 11.
Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2017 (oud)