Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.4

Zelfstandig blijven wonen in de eigen leefomgeving

Onderdeel van Besluit nadere regels jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Venlo 2017

1.. Er kan een maatwerkvoorziening in de vorm van een woonvoorziening voor het hoofdverblijf van de cliënt worden toegekend als dit nodig is voor het zelfstandig blijven wonen in de eigen leefomgeving, zodat de cliënt zijn woning kan bereiken, naar binnen kan gaan en de basisruimtes in huis kan gebruiken. 2.. Er kan een woonvoorziening voor één woning in de gemeente Venlo, anders dan waar de cliënt zijn hoofdverblijf heeft, worden toegekend indien het noodzakelijk is om: deze woning aan te passen in geval van gescheiden ouders, wanneer er sprake is van co-ouderschap en de cliënt een jeugdige is die bij beide ouders woonachtig is, deze woning bezoekbaar te maken indien de cliënt een jeugdige is die verblijft in een instelling en het gaat om de woning van zijn ouder(s) waar de cliënt regelmatig op bezoek komt. 3.. De cliënt wordt gevraagd om in geval van een woningaanpassing tenminste twee offertes te overleggen die door het college worden beoordeeld op basis van het programma van eisen en waarvoor de criteria in de beleidsregel richtinggevend zijn. 4.. Een woningaanpassing zoals bedoeld in lid 3 wordt in de vorm van een pgb toegekend. 5.. In geval van tijdelijke dubbele woonlasten kan er gedurende een beperkte periode een maatwerkvoorziening voor deze dubbele woonlasten in de vorm van een pgb worden toegekend, indien de cliënt gedurende de uitvoering van bouwwerkzaamheden voor de woningaanpassing niet in de eigen woning kan wonen. 6.. Het primaat voor een woonvoorziening ligt bij verhuizen, tenzij verhuizen naar een geschikte woning niet de goedkoopst passende oplossing biedt voor de cliënt, zoals bedoeld in artikel 4, lid 5 van de verordening. 7.. Voor de kosten van een verhuizing kan slechts een maatwerkvoorziening worden verstrekt in de vorm van een pgb. 8.. Indien voor het te bereiken resultaat een woonvoorziening in de vorm van extra woonruimte noodzakelijk is, geldt het primaat van een losse woonunit. 9.. Wanneer een eigenaar een woonvoorziening heeft gerealiseerd in de vorm van een aan-, op- of bijbouw, en het voornemen heeft om de woning te verkopen in een periode van twintig jaar na het realiseren van deze woonvoorziening, dan dient hij dit te melden aan het college zodat kan worden beoordeeld of de ontvangen woonvoorziening leidt tot waardestijging van de woning. 10.. De eigenaar betaalt de meerwaarde van de woning als gevolg van een maatwerkvoorziening in geval van verkoop, zoals bedoeld in lid 9, op verzoek van het college terug als er sprake is van een woonvoorziening in de vorm van uitbreiding van de woning door een aan,- op- of bijbouw, al dan niet gepaard gaande met verwerving van de voor de bouw benodigde grond. De berekening van de meerwaarde vindt als volgt plaats: de meerwaarde wordt bepaald door een door de gemeente aan te wijzen beëdigd taxateur, het terug te betalen bedrag bedraagt 100% van de meerwaarde, waarbij het bedrag op basis van een afschrijvingstermijn van twintig jaar jaarlijks met 5% afneemt, het terug te betalen bedrag bedraagt nooit meer dan het bedrag dat ten laste van de gemeente is gekomen in verband met de getroffen voorziening(en), wanneer er over de woonvoorziening een eigen bijdrage is betaald, kan op verzoek van de cliënt het bedrag dat aan eigen bijdrage is betaald, in mindering worden gebracht op het totale bedrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel