Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.1

Nadere voorwaarden

Onderdeel van Besluit nadere regels jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Venlo 2017

1.. Het door de cliënt en zijn vertegenwoordiger opgestelde plan zoals bedoeld in artikel 8, lid 2 van de verordening, dient een motivering te bevatten: op welke wijze een pgb leidt tot het bereiken van de voor cliënt gewenste doelen en resultaten, welke vorm van ondersteuning hierbij passend is, op welke wijze het budget besteed gaat worden, 2.. hoe de cliënt, op eigen kracht of met zijn vertegenwoordiger, de bij een pgb behorende taken en verplichtingen uit kan voeren zoals bedoeld in artikel 8.1.1, lid 3 onder a Jeugdwet en artikel 2.3.6, lid 2 onder a Wmo 2015.Bij de beoordeling van de kwaliteit van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb, wordt uitgegaan van wettelijke kwaliteitseisen voor de maatwerkvoorzieningen waarvoor het pgb bedoeld is. 3.. De met een pgb aan te schaffen maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing dient te voldoen aan het programma van eisen dat in het kader van het onderzoek is opgesteld. 4.. Het pgb wordt geacht in ieder geval toereikend te zijn voor een periode overeenkomend met de normale afschrijvingstermijn, die voor zover van toepassing, geldt voor de met het pgb te bekostigen maatwerkvoorziening. 5.. Het college kent, met inachtneming van het bepaalde in de Jeugdwet en Wmo 2015, geen pgb toe als: er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie, aan de cliënt eerder een pgb is verleend en de cliënt zich niet gehouden heeft aan de bij de verlening van dat eerdere pgb gemaakte afspraken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel