Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd:
als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of
in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
Het verbod is niet van toepassing op:
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
terrassen als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;
voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard;
vlaggen, wimpels en vlaggenstokken indien ze geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt;
zonneschermen, voorzover ze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en voorzover:
elk onderdeel zich hoger dan 2,2 meter boven dat gedeelte bevindt; en
elk onderdeel, in welke stand het scherm ook staat, zich op meer dan 0,5 meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt, en;
elk onderdeel, in welke stand het scherm ook staat, minder dan 1,5 meter buiten de opgaande gevel reikt;
de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of lossen ervan. Degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten draagt er zorg voor dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is;
uitstallingen in een overdekt winkelcentrum
Het college kan categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor het verbod in het eerste lid niet geldt, mits wordt voldaan aan door hen te bepalen voorschriften
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien in de Wet milieubeheer, de Woningwet, de Wet beheer rijkwaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 of het Provinciaal wegenreglement.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 5.
Artikel 2:10
voorwerpen op of aan de weg
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Heumen 2019