Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1.6

Maatwerkvoorzieningen ter ondersteuning bij het verplaatsen in de eigen leefomgeving

Onderdeel van Beleidsregel Richtlijnen voor de beoordeling van de ondersteuningsbehoefte 2017

Het primaat bij maatwerkvoorzieningen ter ondersteuning bij het verplaatsen in de eigen leefomgeving ligt bij het collectief vraagafhankelijk vervoer, zoals omschreven in artikel 4.4 van het besluit. Deze voorziening is bestemd voor mensen die in hun directe leef- en woonomgeving een zelfstandige vervoersbehoefte hebben en hierin niet zelfstandig of met behulp van hun sociaal netwerk kunnen voorzien, of om medische redenen geen gebruik van het openbaar vervoer kunnen maken. Wanneer er, al dan niet medische, begeleiding noodzakelijk is, wordt dat vastgelegd in het leefzorgplan. De standaard toekenning bedraagt maximaal 590 reiszones per jaar (1.800 kilometer). Incidenteel ophogen is in overleg met de cliënt mogelijk. De maximale ritlengte is vijf zones en de ritprijs bedraagt € 0,64 per zone (prijspeil: 1 januari 2016). Voor bovenlokaal vervoer verder dan deze vijf zones zal men worden verwezen naar taxivervoer via de landelijk georganiseerde Valys. In de Jeugdwet is in artikel 2:3, lid 2, bepaald dat ook vervoer van een jeugdige van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden onder de jeugdhulpplicht valt. Vooral in geval van Jeugd-GGZ is dit van belang omdat onder andere de regeling zittend ziekenvervoer is vervallen, dat valt nu onder de Zorgverzekeringswet. Het kernteam van het sociaal wijkteam zal, als er geen voorliggende oplossing mogelijk is voor de jeugdige, een oplossing zoeken via een maatwerkvoorziening. Als er sprake is van een vervoersprobleem buitenshuis op kortere afstand dan kan er een scootmobiel, aangepaste fiets of autoaanpassing worden toegekend. Dan gaat het vooral om bestemmingen die niet lopend of met een (reguliere) fiets bereikt kunnen worden. Om de vervoersbehoefte in beeld te brengen, zal worden gekeken naar de noodzaak tot sociaal vervoer: mensen moeten in elk geval de noodzakelijke sociale contacten kunnen onderhouden en een huisarts of specialist kunnen bezoeken. Autoaanpassingen zijn erop gericht het gebruik van een auto mogelijk te maken voor personen met beperkingen die op de auto aangewezen zijn voor het vervoer buitenshuis. Dit is aan de orde wanneer het primaat van collectief vervoer geen mogelijkheid biedt gelet op de (medische) beperkingen van de cliënt. Daarnaast geldt het primaat niet voor kinderen tot 18 jaar. De hoogte van de tegemoetkoming in de kosten van aanpassing van de eigen auto is gelijk aan de door het college geaccepteerde offerte. Alleen de specifieke meerkosten voor de autoaanpassing, die nodig zijn om het vervoer buitenshuis voor de cliënt in zijn situatie mogelijk te maken, komen voor vergoeding in aanmerking. Een voorbeeld hiervan is een aanpassing die het mogelijk maakt om een kind mee te laten reizen in de auto van de ouders. Wanneer voor verplaatsingen binnenshuis een loophulpmiddel geen oplossing biedt, dan kan een rolstoel een oplossing zijn. Bij verplaatsingen buitenshuis gaat het om korte afstanden rond de woning of op lokale schaal, in de eigen leefomgeving. Op basis van een programma van eisen zal worden beoordeeld welk soort en type voorziening het beste past bij de situatie van de cliënt. Een rolstoel kan afhankelijk van het beoogde resultaat en de beperkingen die de cliënt ervaart in meerdere varianten worden toegekend. Bijvoorbeeld een handbewogen of een elektrische rolstoel. Afhankelijk van de beperkingen en het gebruik kunnen er nog overige aanpassingen aan de rolstoel zelf onderdeel uitmaken van het programma van eisen voor de toekenning. Een rolstoel wordt verstrekt door het college indien deze nodig is voor een periode van minimaal zes maanden. Voor een korter gebruik is een tijdelijke rolstoel beschikbaar via de thuiszorgwinkel. Dat is geen maatwerkvoorziening, maar een voorziening vanuit de Zorgverzekeringswet. Daarnaast is het belangrijk dat er gemiddeld genomen sprake is van dagelijks gebruik. Er kan ook een sportrolstoel of een andere vorm van een sportvoorziening worden toegekend indien dit voor de sociale participatie noodzakelijk is. Op advies van een deskundige is het mogelijk om, als onderdeel van de passing van een hulpmiddel bij de leverancier, haalbaarheids- of gewenningslessen uit te voeren waarbij wordt gekeken of de voorziening voldoet voor de cliënt. Dit aanvullend op één rijvaardigheidsles die standaard wordt aangeboden door de leverancier bij afgifte van het hulpmiddel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel