Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1.8

Tegemoetkoming aannemelijke zorgkosten voor beperkten en chronisch zieken

Onderdeel van Beleidsregel Richtlijnen voor de beoordeling van de ondersteuningsbehoefte 2017

De tegemoetkoming zoals beschreven in hoofdstuk 7 van het besluit is een bijzonder regeling uit de Wmo 2015. Voor het toetsbedrag zoals bedoeld artikel 7.3 zijn de bijstandsnormen uit de Participatiewet (artikel 34 en 37 tot en met 39) van toepassing. Deze normen gelden voor Wettelijk minimumloon en toetsing van het eigen vermogen. Het toetsbedrag in de gemeente Venlo, dat ook van toepassing is op de tegemoetkoming zorgkosten is vastgesteld op 120% tot aan 150% van de op de gezinssituatie van toepassing zijnde bijstandsnormen (het sociaal minimum). Dat wil zeggen een verzamelinkomen tussen € 22.100 en € 27.700 voor meerpersoonshuishoudens en tussen € 15.500 en € 19.400 voor alleenstaanden van 23 jaar en ouder. Het bruto minimumloon zit op € 18.444. Al deze bedragen zijn prijspeil 2016, jaarlijks voor 15 september zal het college de exacte normen vaststellen. De doelgroep voor de financiële tegemoetkoming zit net boven het minimumloon. Als het toetsbedrag meer dan 150% bedraagt van de betreffende normen, maar het meerdere is aangewend als aflossing van een schuldenlast op grond van de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening of de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen, kan men alsnog onder het toetsbedrag vallen. Dan wordt individueel bepaald of in betreffende situatie aanspraak gemaakt kan worden op de tegemoetkoming. Zoals opgenomen in artikel 7.4 van het besluit wordt het toetsbedrag jaarlijks vastgesteld. Een ander criterium voor het toekennen van de tegemoetkoming is dat er sprake dient te zijn van directe of indirecte extra kosten, zoals opgenomen in artikel 7.3, lid 2 van het besluit. Bij het toekennen van de tegemoetkoming wordt rekening gehouden met voorliggende voorzieningen. Een voorbeeld daarvan is dat de cliënt aanspraak kan maken op gehele of gedeeltelijke fiscale aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten. Tot de directe meerkosten voor zorg behoren in elk geval het verplicht eigen risico van de ziektekostenverzekering, mits de cliënt jaarlijks volledig het eigen risico heeft betaald, en eigen bijdragen voor medicijnen of zelfzorg medicijnen. Indirecte meerkosten voor zorg zijn extra kosten die gemaakt moeten worden als gevolg van het leven met een beperking of chronische ziekte. Dit zijn kosten als een alarmeringssystemen, beddengoed, bezorgkosten van boodschappen, dieet op medisch advies, energiekosten, hulpmiddelen in het dagelijkse huishouden, kant-en-klaar maaltijden, kledingslijtage, pedicure of manicure op medisch advies, reiskosten en was-kosten. Overige kosten die aantoonbaar kunnen worden aangemerkt als meerkosten, komen ook voor de tegemoetkoming in aanmerking.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel