Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening rioolheffing 2017

1.. Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel. 2.. Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. 3.. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater, grondwater of oppervlaktewater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. 4.. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 5.. De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd. 6.. Indien ingeval van nieuwbouw geen verbruik overeenkomstig het derde lid kan worden vastgesteld, wordt de hoeveelheid afvalwater van het perceel bepaald op 45 m3 per persoon per jaar. 7.. Indien meerdere percelen gebruik maken van één watermeter en geen tussenmeters aanwezig zijn, wordt de hoeveelheid afvalwater – voor zover mogelijk – naar evenredigheid van het aantal personen over de verschillende percelen verdeeld. 8.. Voor de toepassing van het zesde en zevende lid wordt uitgegaan van het aantal personen dat bij aanvang van de belastingplicht in de basisregistratie personen staat ingeschreven op een perceel.

Rechtspraak bij dit artikel