Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1.

Artikel 1.1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zaltbommel 2007-2

1.. In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt verstaan onder: Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning. College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaltbommel; Aanvrager: de persoon die een verzoek doet tot het verkrijgen van een individuele voorziening; Compensatiebeginsel: de algemene verplichting aan het gemeentebestuur om personen met aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek door het treffen van voorzieningen te helpen hun zelfredzaamheid te behouden en hen in staat te stellen tot maatschappelijke participatie; Beperkingen: moeilijkheden die een persoon heeft met het uitvoeren van activiteiten; Persoon met een beperkingen: een persoon -als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet- die ten gevolge van ziekte of gebrek, inclusief chronische psychische en psychosociale problemen, aantoonbare beperkingen ondervindt bij het uitvoeren van activiteiten op het gebied van het voeren van het huishouden, bij het normale gebruik van de woning; bij het verplaatsen in en om de woning, bij het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel of bij het ontmoeten van medemensen en het op basis daarvan aangaan van sociale verbanden; Zelfredzaamheid: het lichamelijk, verstandelijk, geestelijk en financiële vermogen om voorzieningen te treffen die deelname aan het normale maatschappelijke verkeer mogelijk maken; Maatschappelijke participatie: normale deelname aan het maatschappelijke verkeer, te weten het voeren van een huishouden, het normale gebruik van de woning; het zich in en om de woning verplaatsen; het zich zodanig verplaatsen dat aansluiting wordt gevonden bij regionale, bovenregionale en landelijke vervoersystemen; het ontmoeten van andere mensen en het aangaan en onderhouden van sociale verbanden om op die manier deel te nemen aan het lokale maatschappelijke leven; Voorziening: een woonvoorziening, een vervoersvoorziening, een rolstoel of hulp in de huishouding. Algemene voorziening: een voorziening die wordt geleverd op basis van directe beschikbaarheid, een beperkte toegangsbeoordeling en die een snelle, regelarme en adequate oplossing biedt voor de beperkingen die een persoon ondervindt; Individuele voorziening: een voorziening die individueel wordt aangeboden indien een algemene voorziening geen adequate oplossing biedt; Eigen bijdrage: een door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen bijdrage, die bij respectievelijk de verstrekking van een voorziening in natura of een persoonsgebonden budget betaald moet worden en waarop de regels van het Besluit maatschappelijke ondersteuning van toepassing zijn; Eigen aandeel in de kosten: een door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen aandeel in de kosten, dat de aanvrager bij de verstrekking van een financiële tegemoetkoming zelf dient te betalen en waarop de regels van het Besluit maatschappelijke ondersteuning van toepassing zijn; Voorziening in natura: een voorziening die in eigendom, in huur, in bruikleen, of in de vorm van persoonlijke dienstverlening wordt verstrekt; Persoonsgebonden budget: een geldbedrag waarmee de aanvrager een of meer aan hem te verlenen voorzieningen kan verwerven en waarop de in deze verordening en het Besluit maatschappelijke ondersteuning te stellen regels van toepassing zijn; Financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van een in deze verordening aangewezen voorziening of dienst die door de aanvrager zelf te verkrijgen is; een tegemoetkoming in de kosten die door anderen dan de persoon met een beperking worden gemaakt en die op grond van deze verordening voor vergoeding in aanmerking komen; een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een in natura verstrekte voorziening; een tegemoetkoming in de huurkosten van een voorziening in natura; Algemeen gebruikelijk: naar geldende maatschappelijke normen tot het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van een persoon als de aanvrager behorend; Meerkosten: kosten van een mogelijk krachtens de wet te verlenen voorziening, voor zover dit deel van de kosten uitgaat boven voor die persoon als algemeen gebruikelijk te beschouwen kosten van een dergelijke voorziening; Huisgenoot: iedereen met wie de aanvrager duurzaam gemeenschappelijk een woning bewoont; Leefeenheid: de persoon waarmee de persoon met een beperking een duurzaam huishouden voert; Budgethouder: een persoon aan wie ingevolge deze verordening een persoonsgebonden budget is toegekend en die aan het college verantwoording over de besteding van het persoonsgebonden budget verschuldigd is. Adequaat-goedkoopst: de naar objectieve maatstaven gemeten adequate en goedkoopste voorziening waarmee de gemeente kan voldoen aan de opdracht die in artikel 4 van de wet aan de gemeente wordt gesteld. Hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de persoon met een beperking zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft of zal hebben en op welk adres hij in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staat of zal staan ingeschreven, dan wel het feitelijk woonadres indien de persoon met een beperking met een briefadres in de gemeentelijke basisadministratie ingeschreven staat of zal staan. Woonwagen: een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen verplaatst kan worden. Standplaats: een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van de gemeente kunnen worden aangesloten. Woonschip: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt als, of te beoordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot dag- en/of nachtverblijf van een of meer personen. Ligplaats: een door de gemeente aangewezen ligplaats welke door een woonschip wordt ingenomen. Gemeenschappelijke ruimte: gedeelte(n) van een woongebouw, niet behorende tot de onderscheiden woonruimte, bestemd en noodzakelijk om de woonruimte van de persoon met een beperking vanaf de toegang van het woongebouw te bereiken. Woningaanpassing: een ingreep van bouwkundige of woontechnische aard die gericht is op het opheffen of verminderen van ergonomische beperkingen die de persoon met een beperking in het normale gebruik van de woonruimte ondervindt, of op het creëren van stallingruimte voor een elektrische rolstoel of scootmobiel, ofwel op het realiseren of aanpassen van een uitraasruimte. Forfaitaire vergoeding: Een bijdrage ineens die los van de werkelijke kosten van een voorziening wordt verstrekt, al dan niet in achtneming van de inkomensgrens. Inkomen: Het inkomen bestaat uit het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde persoon dan wel de gehuwde personen als bedoeld in artikel 1, tweede lid van de wet tezamen en bedraagt: indien met betrekking tot het peiljaar een aanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld: het verzamelinkomen, bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001, in het peiljaar; in de overige gevallen: het belastbare loon, bedoeld in artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964, in het peiljaar. 2.. Aan overige begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die in het voorgaande lid niet nader zijn gedefinieerd wordt dezelfde betekenis toegekend als in de Wmo en de Algemene wet bestuursrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel