Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Voorwaarden aangifte briefadres

Onderdeel van Beleidsregels voor briefadressen gemeente Kaag en Braassem december 2016

1.. De aangifte van een briefadres wordt (desgevraagd persoonlijk) gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt. 2.. Bij een aangifte van een briefadres dienen alle benodigde stukken te worden overhandigd. 3.. Onder benodigde stukken als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan; een volledig ingevuld en ondertekend Aanvraagformulier briefadres; een geldig identiteitsbewijs of een kopie ervan van de aangever; een geldig identiteitsbewijs of een kopie ervan van de briefadresgever; een door de briefadresgever ondertekende Verklaring toestemming briefadresgever; een officiële verklaring van een medewerker van een erkende hulpverlenende organisatie waaruit blijkt dat er een begeleidingsplan is/wordt opgesteld ten behoeve van de briefadresaanvrager inzake de dak- of thuisloosheid, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid, sub a; een huur- of koopcontract van de nieuwe woning en/of een leveringsakte, waaruit blijkt dat er sprake is van een korte overbrugging (maximaal drie maanden) tussen twee woonadressen, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid, sub b; een eigendomsakte (dan wel huurcontract) van het voer- of vaartuig en bewijsstukken waaruit verblijf op verschillende verblijfsplaatsen binnen Nederland blijkt (bijvoorbeeld tanken pinbonnen), als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid, sub c; een werkgeversverklaring of een uittreksel van de Kamer van Koophandel (niet ouder dan zes maanden) waaruit blijkt dat er sprake is van de uitoefening van een ambulant beroep in Nederland, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid, sub d; een werkgeversverklaring of uittreksel van Kamer van Koophandel (niet ouder dan zes maanden) waaruit de uitoefening van een beroep op een varend schip in het buitenland blijkt, bewijsstukken waaruit blijkt dat er een korter verblijf is dan twee jaar in het buitenland (bijvoorbeeld tickets, visa, (werkgevers)contracten) en bewijsstukken waaruit blijkt wat de thuishaven van het betreffende schip is, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid, sub e; bewijsstukken waaruit ten hoogste acht maanden verblijf in het buitenland blijkt (bijvoorbeeld tickets, visa, (werkgevers)contracten) als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid, sub f; een schriftelijke verklaring van de instelling, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, tweede en derde lid; een schriftelijke verklaring van de burgemeester waaruit blijkt dat verblijf op een adres op een woonadres voor de persoon in kwestie om veiligheidsredenen niet wenselijk is, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, vierde lid. 4.. Wanneer het na het overhandigen van de stukken zoals bepaald in het derde lid niet mogelijk is om de aangifte van het briefadres afdoende te kunnen beoordelen, kunnen nadere benodigde stukken worden vereist. 5.. Als één of meer benodigde stukken ontbreken, wordt de aangever in de gelegenheid gesteld binnen vier weken het verzuim te herstellen en de aangifte alsnog aan te vullen. 6.. Indien de aangifte niet binnen vier weken na aangifte aangevuld wordt of nadat de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken, kan de aangifte buiten behandeling gesteld worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel