De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt geheven naar
een vast bedrag per perceel.
De heffing als bedoeld in artikel 3, derde lid, wordt geheven naar
het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit het perceel wordt
afgevoerd.
Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal
kubieke meters water dat in het belastingtijdvak naar het perceel is
toegevoerd of is opgepompt.
Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
installatie voorzien zijn van een:
watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
worden afgelezen, of
bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest
kan worden afgelezen.
De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke
bepaling.
Indien het waterverbruik over het belastingtijdvak niet bekend is,
wordt het aantal kubieke meters afvalwater door de in artikel 231,
tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar
vastgesteld op basis van een schatting, bij welke schatting het
waterverbruik in - maximaal - de afgelopen drie verbruiksperioden
als leidraad dient.
Indien door de gebruiker wordt aangetoond, dat een hoeveelheid
afvalwater niet op de in artikel 3, derde lid, bedoelde wijze is
afgevoerd, wordt de op grond van het tweede lid bepaalde hoeveelheid
water verminderd met de op andere wijze afgevoerde hoeveelheid
afvalwater.
Artikel 5
Maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2017