Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2017

De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt geheven naar een vast bedrag per perceel. De heffing als bedoeld in artikel 3, derde lid, wordt geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat in het belastingtijdvak naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die installatie voorzien zijn van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. Indien het waterverbruik over het belastingtijdvak niet bekend is, wordt het aantal kubieke meters afvalwater door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar vastgesteld op basis van een schatting, bij welke schatting het waterverbruik in - maximaal - de afgelopen drie verbruiksperioden als leidraad dient. Indien door de gebruiker wordt aangetoond, dat een hoeveelheid afvalwater niet op de in artikel 3, derde lid, bedoelde wijze is afgevoerd, wordt de op grond van het tweede lid bepaalde hoeveelheid water verminderd met de op andere wijze afgevoerde hoeveelheid afvalwater.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel