De reclamebelasting wordt geheven per onroerende zaak.
De heffingsmaatstaf is een bedrag dat afhankelijk is van de op de
voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de
onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar.
Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is
vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering
onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak
bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of
krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet
waardering onroerende zaken.
Het tarief van de reclamebelasting bedraagt:
Zone A: 0,1750 % van de heffingsmaatstaf met een
minimumbedrag van € 300,00 en een maximumbedrag van €
1.000,00;
Zone B: 0,1454 % van de heffingsmaatstaf met een
minimumbedrag van € 214,00 en een maximumbedrag van €
749,00.
Indien de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende jaar naar
beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd
indien de lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor
de reclamebelasting.
Artikel 5
Maatstaf van heffing en belastingtarief
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2017