Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen.
Voor openstaande vorderingen betreffende:
belastingen;
rechten; en
heffingen.
wordt, met uitzondering van individuele vorderingen groter dan € 5.000, een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van 5%.
Hoofdstuk 3.
Artikel 10.
Voorziening voor oninbare vorderingen
Onderdeel van Financiële verordening De Bilt 2017