Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 4.

Programmabegroting

Onderdeel van Financiële verordening De Bilt 2017

1.. De raad stelt bij de aanvang van de nieuwe raadsperiode de programma- indeling vast en over welke onderwerpen hij in extra paragrafen – naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken (zie artikel 17 tot en met 23) – kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd. 2.. De raad stelt per programma, voor het betreffende begrotingsjaar, vast: de beoogde maatschappelijke effecten uitgedrukt in indicatoren waaronder de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten; de wijze waarop ernaar gestreefd zal worden die effecten te bereiken; de baten en lasten per programma; toevoegingen en onttrekkingen aan reserves; en investeringskredieten. 3.. Het college geeft de raad per programma voor de drie opvolgende jaren een globaal overzicht van beoogde effecten en baten en lasten in de toekomst; 4.. In de Programmabegroting wordt een post onvoorzien van € 105.000 van de totale lasten opgenomen. 5.. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit Begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel